.
Ik ben Vos De Vos, aka Eric De Vos (niet de Rico Zoroh bandleader), gitarist-componist.
Project 11 Prime is mijn eerste grote compositieproject.
Het is er gekomen onder aanmoediging van mijn gitaarleraar Gie Dornheim, zonder wie ik niet stond waar ik nu ben.
En ja, it’s never too late to make a fool of yourself. En nooit gewaagd, altijd maagd. Dat ook.
.
Het zat er nochtans al vroeg in.
Gefocust zit mijn kleine ik te tokkelen op een houten sigarendoosje waarrond hij elastiekjes heeft gespannen. De tonen, hoger of lager naarmate de rekkers meer of minder gespannen zijn, fascineren. Ik ben nog te jong om te beseffen wat dat zegt over mij, maar de herinnering is gebleven.
.
Ik ben 15. Op het internaat waar ik zit, heeft een medeleerling een gitaar mee. De avondstudie is net voorbij en wij mogen een uurtje ontspannen. Ik luister geboeid naar zijn spel, waarschijnlijk iets als ‘Blowing in the Wind’, maar het kan ook een compositie van Giuliani zijn. Ik vraag of ik het instrument even mag vastnemen. Dat mag en als ik de snaren beroer, gebeurt er iets magisch. Instant verliefdheid. Geen maand later heb ik zelf een gitaar, gekocht met mijn spaargeld.
.
Ik weet vaagweg wel dat je muziek kunt studeren, maar ken niemand die dat doet of gedaan heeft. En mijn ouders, arbeiderskinderen, staan er gewoon niet bij stil dat hun zoon daar baat bij zou hebben. Dus blijft het bij simpele akkoorden, geleerd uit gitaar-voor-beginners-boekjes. Liedjesteksten van populaire songs met akkoordaanduiding of tablaturen worden gretig rondgedeeld. Want ik ken ondertussen wat maats (m/v) die ook een gitaar hebben (en evenmin muzikaal geschoold zijn). Daarmee is het leuk samenspelen al is het niveau ondermaats.
.
Het zijn mijn koekendozen-romantische jaren en in een vlaag van overmoed zet ik het gedicht ‘Zie je, ik hou van je’ van Herman Gorter op muziek. Ik ben waarschijnlijk niet de eerste en zeker niet de laatste (er bestaat een jazzversie van!), maar het is een verdienstelijke poging voor een 17-jarige. Andere eigen creaties van die tijd getuigen van typische tienerverzuchtingen, niet gespeend van tekstuele en muzikale clichés. Maar de liedjesmaker is geboren en – laten we positief blijven – het is een leerschool, maar dan een zonder leraars om me te corrigeren.
.
Fast forward naar de hogere studies. Nieuwe muzikale vrienden (soms wél geschoold) verbreden muzikale horizonten. Er zijn open mikes (toen heette dat nog free podia) in de veilige omgeving van het studentenhuis, de jeugdclub of de hogeschool. We experimenteren met genres, instrumenten (kun je een elektrische gitaar combineren met een blokfluit?) en nieuwe songs. Soms oogsten we applaus, soms gaan we af, maar we doen gewoon verder.
.
Een idee, instrumenten en veel enthousiasme. Meer is er niet nodig voor een eerste ‘groot’ project. Of toch, een multitrackrecorder! Het ding opent de wereld van de overdubs. Drie dagen lang sluiten een vriend, een bevriende zangeres en ik ons op in een kamer. Daar en dan schrijven we teksten op basis van wat muzikale ideeën en van waar we op ons 19de vooral mee bezig zijn: met de romantische liefde, seks en de ongewenste gevolgen van onbeschermd vrijen. Het amateurisme spat er af, maar we dekken ons in met zelfspot door onze band Cacaphonia te noemen.
.
Weer wat jaren later, ik ben een jonge twintiger, afgestudeerd en ben gestart met mijn eerste echte job. Via via krijg ik de vraag om muziek te maken voor een kortfilm, Bron Van Alle Leven, met in de hoofdrol de dan nog onbekende komiek Jacques Vermeire. Met mijn nieuwe TEAC 3440, een 4-spoors multitrackrecorder, mijn gitaren en een monofone synthesizer ga ik aan de slag. Gitaren en synths klinken goed samen. De cineasten zijn enthousiast over de muziek, de film krijgt een hoofdprijs en ik word geïnterviewd op tv. Het is een smalfilmprogramma – Vizier – op BRT2, de voorloper van Canvas, gepresenteerd door Nadine De Sloovere op een laat uur, waar geen hond naar keek. Maar kom, mijn muziek was te horen op tv!
.
Na die kortspeelfilm volgen (matig) betaalde opdrachten voor documentaires en commerciële clips voor beurzen. Ik krijg instructies als ‘laat het klinken zoals Vangelis in Blade Runner, maar dan voor een besneeuwd berglandschap’. Maar na verloop van tijd worden mijn beperkte kennis en bescheiden instrumentarium een handicap en blijven de opdrachten uit. Ondertussen neemt mijn professionele leven als communicatieverantwoordelijke meer en meer tijd en energie in beslag.
.
Toch blijf ik muziek maken. Met een maat, ook een gitarist, vormen we een duo dat van tijd tot tijd optreedt. We spelen veelal eigen nummers. Voor een bevriend theaterensemble “Het Nieuwe Fatsoen” maken of coveren we liedjes, die we tijdens de voorstellingen live brengen.
.
Ergens tussendoor krijg ik de kans om samen met professionele muzikanten als gitarist in de liveband van een musical te spelen. Het wordt een onvergetelijke ervaring. Een aangenaam neveneffect: een van de zangeressen in de musical vervoegt ons gitaarduo.
.
Wat later mogen we gedrieën een eigen nummer professioneel opnemen. Dirk Blanchart is de producer, Marc Bonne (drums) en Jan Hautekiet (piano) spelen mee. Het nummer belandt op een soort ‘ensemble-cd’. We worden geïnterviewd voor de radio en even is onze song er te horen. Kort daarop volgt een geslaagd optreden in de Antwerpse Hangar 26 voor een groot publiek.
.
Weer wat later neem ik als gastgitarist deel aan de opname van een cd met bekende licht-klassieke muziek, denk aan Summertime van Gershwin. In de studio aangekomen blijkt dat de opnames live gebeuren. Elke take is erop of eronder. Stress gegarandeerd. Een bijzondere leerschool, dat wel.
.
Weer wat later besluit ik een poging te wagen in een ‘echte’ muziekschool. Ik ontmoet er Gie, mijn gitaarleraar. Onze gedeelde liefde voor muzikanten als Pat Metheny en andere gitaargoden werkt verbindend. Hij voelt goed aan wat ik nodig heb om te groeien, leert me alles over akkoordopbouw en muziektheorie. Een wereld gaat open, ik snap nu veel beter waar ik al die tijd mee bezig was.
.
Na verloop van tijd laat ik Gie schroomvallig enkele van mijn thuis opgenomen composities horen. Hij reageert enthousiast. Met de hulp van software (Musescore rules!) en de opgedane kennis kan ik nu ook partituren en arrangementen maken. Gie is telkens mijn eerste klankbord voor nieuwe nummers. Als hij me wat later over een professionele, maar betaalbare opnamestudio praat, spits ik mijn oren.
.
Gie regelt een afspraak met Patrick Peeters, eigenaar van Box A Beat, de opnamestudio in kwestie. Die reageert positief en we komen al snel tot een vergelijk over de verwachtingen en kosten. De aanzet is gegeven, de bal begint te rollen. Nu is het zoeken naar muzikanten die mijn muzikale hersenspinsels gestalte willen geven. Project 11 Prime is gestart.